Slaag- en zakregelingen

Slaag/zakregeling havo, atheneum en gymnasium

 

Een examenkandidaat is geslaagd als:
- voor de vakken waarin de leerling centraal examen doet het gemiddelde CE resultaat ≥ 5,5 is.
- alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of
- er 1x5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
- er 1x4 of 2x5 of 1x5 en 1x4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6.0 is en in de combinatie van de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één getelde vijf voorkomt.

Daarnaast moet het vak lichamelijke opvoeding zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’.

Het combinatiecijfer bestaat uit de cijfers voor maatschappijleer, levensbeschouwing, CKV en het profielwerkstuk. 

Een eindcijfer van een drie of lager op de cijferlijst betekent dat de leerling niet geslaagd is. Dit geldt ook voor de verschillende onderdelen die meewegen in het combinatiecijfer. 

Voor alle duidelijkheid: als één van de onderdelen van het combinatiecijfer een drie of lager is, is de leerling niet geslaagd, zelfs als het gemiddelde (oftewel: het combinatiecijfer) een zes of hoger is.

De kandidaat moet het rekenexamen gemaakt hebben. Dit is een verplicht handelingsdeel is.

  

Slaag/zakregeling mavo-plus

 

Een examenkandidaat is geslaagd indien:

- voor de vakken waarin hij/zij centraal examen doet het gemiddelde CE resultaat > 5,5 is;
- alle eindcijfers 6 of hoger zijn; of
- er 1x5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
- er 1x4 is behaald en de overige vakken een 6 of meer waarvan tenminste één cijfer een 7 of hoger is;
- er 2x5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of meer waarvan ten minste één cijfer een 7 of hoger is;
- er geen eindcijfer van 3 of lager is behaald
- er voor Nederlands minimaal een 5 als eindcijfer heeft behaald.

De kandidaat moet het rekenexamen gemaakt hebben. Het cijfer telt niet mee in de slaag/zakregeling.

Het vak maatschappijleer kent alleen een schoolexamen. Het cijfer dat hiervoor wordt behaald, is dus tevens het diplomacijfer. Voor lichamelijke opvoeding geldt dat het vak ‘voldoende’ of ‘goed’ moet zijn. Ook het profielwerkstuk dient ‘voldoende’ te zijn om in aanmerking te kunnen komen voor het diploma.